lukraak

Dood aan de Banaan

Ik ben een appelmens, laat dat duidelijk zijn. Maar bananen zijn af en toe onontkomelijk als het gaat om de stabiele balans van de darmflora. En aangezien mijn darmen het woord 'flora' niet waardig zijn, besloot ik onlangs tot het kopen van tros bananen. Een tros ja, want de heer D. van den Broek heeft besloten dat bananen in zijn winkel alleen per tros te koop zijn. Ik heb nog even overwogen om een bananenduo van de tros af te trekken en mee te nemen naar de kassa, maar het niveau van de kassameisjes in de supermarkt van de heer D. van den Broek is niet echt om over naar huis te schrijven. Een bananenduo zou vermoedelijk een wachtrij van zeker twintig minuten betekenen. En als ik ergens een hekel aan heb, is het wachten. Ik besloot dus tot het kopen van een tros bananen.

Direct dezelfde middag al moest Banaan Eén het ontgelden. De zomer is aangetreden en dat betekent dat de blender weer uit de kast mag. Banaan Eén is met grof geweld om het leven gebracht. De smoothie was erg lekker.

Banaan Twee was een iets langer leven beschonken. Met de nadruk op iets, want rond de klok van vijf begon de maag te ronken. Tijd om naar de fruitmand (nee, ik heb geen fruitschaal maar een fruitmand) te lopen en Banaan Twee soldaat te maken.Tot zover verliep mijn leven als appeleter die bij wijze van zeer hoge uitzondering bananen kocht vlekkeloos.

Maar toen brak er een nieuwe dag aan. Een nieuwe dag, met nieuwe ervaringen. Want in plaats van de oude vertrouwde appels die normaliter rond de klok van acht in mijn tas glijden, was het ditmaal de beurt aan Banaan Drie. Ik twijfelde al even bij de salto die ik hem liet maken boven mijn tas. Visioenen van gepureerde bananendrekstroomden mijn fantasiewereld binnen. Maar ik besloot dat Banaan Drie best een fiets- en treintochtje Amsterdam-Haarlem moest kunnen overleven. Een leren tas is ten slotte niet vergelijkbaar met een blender.

Banaan Drie overleefde. Tot groot genoegen van mij. Het was druk op mijn werk en klok van elf naderde met rasse schreden. Banaan Drie lag me al de hele ochtend glimmend aan te staren vanuit mijn tas. Zo nu en dan hoorde ik m nurien. 'I'm Chiquita Banana and I'm here to say, eat a Banana every day...!' Het toontje van Banaan Drie stond me helemaal niet aan. Ik hou niet van bijdehand fruit, laat staan fruit dat vanuit mijn tas liedjes neuriet die ik net te goed kan verstaan. Ik besloot dat Banaan Drie dood moest. En bij voorkeur snel. 

Maar op dat moment stond er een dilemma op. Ik moest naar een andere locatie om te werken. De alarmbellen in mij begonnen direct te rinkelen. Openbaar terrein, Banaan nummer drie, mannen, spuiten en slikken. Zomaar wat alarmtermen die in mijn hoofd rondcirkelden. Ik twijfelde of ik ze moest negeren. Het is tenslotte 2010. En ik vind, dat de vrouw anno 2010 best met een fallusachtig symbool, zoals de banaan, over straat moet kunnen. Nietwaar?

Niet waar! Ik was de straat nog niet uit of de eerste opmerking over Banaan Drie was binnen. 'Ga je lekker?' vroeg een puberale puistenkop. Puisten vergroten normaliter mijn eetlust niet, maar het levenslicht van Banaan Drie moest z.s.m. doven, besloot ik. Ik at Banaan Drie alsof mijn leven ervan af hing. Dat deed ik blijkbaar iets te enthousiast, want aan de overkant van de straat verscheen een spontane grijns. Een al te spontane grijns op het gezicht van een al te spontane jongeman. Ik besloot hem te negeren, maar zijn wegbrede grijns wás simpelweg niet te negeren. Waarschijnlijk grijnst hij nu nog. Maar het hoogtepunt van mijn verschijning met Banaan Drie in het Openbaar was de bouwvakker die me vanaf de steiger toe lispelde 'Lekker banaantje van me!'.

Banaan Drie heeft het niet gered. Een deel wist mijn darmflora in balans te brengen, het overgrote deel scoorde een punt door precies in het middelste gat van een Haarlemse prullenbak te verdwijnen. Vrouwen kunnen geen bananen eten in het openbaar. Het is triest dat de emancipatie anno 2010 dat taboe nog altijd niet heeft kunnen doorbreken.

Geplaatst door ikbenhetismij op zo, 13/06/2010 - 22:24 in


Verwonderen

Waar is de tijd gebleven dat mensen zich nog verwonderden? Verwonderden om zoiets geks als een Zeppelin. Vol verbazing zag ik van de week op een polygoonjournaal uit oktober 1929 dat mensen massaal op straat bleven staan om te kijken naar de eerste zeppelin die een tocht maakte boven Nederland. De Duitse ontwerper Ferdinand Graf von Zeppelin zal vast met een goedkeurend glimlachje vanuit zijn gondel naar het publiek hebben gekeken. Jaja mensen, verwondert u maar!

Geplaatst door ikbenhetismij op di, 10/11/2009 - 19:55 in


Hiep Hiep

Er is er één jarig
Hoera Hoera
Dat kun je wel zien
Dat is ikbenhetismij

Dat vinden wij allemaal prettig jaja
En daarom zingen wij
Blij, blij, blij, blij

etc. etc.

Geplaatst door ikbenhetismij op vr, 02/10/2009 - 12:29 in


Wanneer de dood nadert

En we noemen haar Anna. Van schrik liet ik de kaart uit mijn handen vallen. Ik weet niet hoe mijn gezicht op dat moment stond, maar geschokt, verbouwereerd en afgrijzen zouden er allemaal bij hebben gepast. Mijn wenkbrauwen stonden centimeters hoger dan luttele seconden daarvoor. Ik probeerde me in te denken hoe dit ooit had kunnen gebeuren. Na Janyk zou de tragedie ophouden. Voor altijd stoppen. Hij had zich notabene laten steriliseren. Ik voelde hoe een gevoel van walging zich meester maakte van mijn maag. Met een kloppend hart rende ik naar het toilet. En daar stond hij. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was dat hij daar stond. Hier, op mijn werk. Ik probeerde me zo onopvallend mogelijk om te draaien, maar hij had me al opgemerkt. Hij ademde zwaar in mijn nek en zijn grijze lokken vielen ongedwongen tegen mijn nekhaartjes die inmiddels recht overeind stonden. Ik wilde weglopen, maar mijn voeten weigerden aan deze wens te voldoen. Het moet een prachtig gezicht zijn geweest. Die vrouw van midden veertig in haar mantelpakje met haar mond vol gal en die hijgende man van vijftig met zijn grijzen lokken vlak achter haar. Ineens voelde ik dat hij zijn arm om mijn schouder had gelegd en mij richting de uitgang manoeuvreerde. Ik weigerde elke medewerking, maar hij stond erop. Zo leek het. Buiten liet hij me met een zucht los, pakte een glimmend voorwerp uit zijn jaszak en keek me vertederd aan. 'Het is een liefdesdaad Neeltje, vergeet dat niet.' Voor ik in de gaten had wat hij van plan was, spoot het bloed al in het rond. Mijn lichaam tolde op mijn benen en met een klap kwam ik neer. Het laatste wat ik voelde was hoe hij met het mes op me in begon te steken. Daarna werd alles zwart.

Geplaatst door ikbenhetismij op di, 22/09/2009 - 17:28 in


Een weekendje verdwalen!


Dus wees niet bang dat je dood gaat

Of dat de wereld bijt

Bedenk als je hier blijft

Dat uiteindelijk de tijd zich blijft herhalen

Dus ga je mee verdwalen?!

 

Een van mijn favoriete nummers van Ernst van der Pasch. Voor het hele nummer, klik hier!

Geplaatst door ikbenhetismij op vr, 18/09/2009 - 15:50 in


Yes, we can!

De knoop is gehakt

Het besluit genomen

Het grote wachten

Is daar

Geplaatst door ikbenhetismij op vr, 11/09/2009 - 12:48 in


Ouderdom

Zijn warme handen gleden over de ruwe huid. Hij voelde hoe de jaren die geweest waren langzaam een beeld vormden onder zijn handen. Zou hij ooit kunnen begrijpen hoe haar leven was geweest? 'Een mens kan niet zonder liefde', was altijd zijn motto. Maar soms telt zelfs de liefde niet meer. Langzaam tilde hij zijn hoofd op en zocht haar ogen. Er was geen teken van herkenning in te lezen. Geen sprankje hoop. Hij twijfelde of ze de wereld wel zagen. Een waas die de wereld niet ziet, maar leeft in haar eigen vermogen. Ineens overviel de stilte hem. Hij kneep zacht in haar handen en liet ze daarna langzaam zakken in haar schoot. Gevouwen handen die niet meer in staat waren om te bidden. Haar hele leven had de vrouw gebeden. Gebeden om het onmogelijke dat, nu ze oud en grijs was, ineens mogelijk bleek. Maar dat besef zou haar nooit bereiken. Zonder afscheid te nemen verliet hij de grauwe, donkere kamer. Met een klap viel de deur achter hem dicht. Nooit zou hij zijn moeder meer liefhebben dan op deze dag.

Geplaatst door ikbenhetismij op ma, 10/08/2009 - 12:06 in


Ambitie

Ik vroeg hem naar zijn ambities. Niet omdat ik enige interesse had in het antwoord dat hij op die vraag zou geven, maar meer om het stellen van een vraag. Om de tijd te doden. Tijd waarin ik tal van ambities waar zou kunnen maken, maar ik ben op het moment nogal ambitieloos. Dat krijg je als je bijna zes jaar aan het studeren bent en net op het moment dat jij je papiertje gaat behalen de hele wereld besluit te gaan staken. Ikbenhetismij komt eraan, dus hierbij verklaren we de kredietcrisis voor geopend. Zo ongeveer moet het zijn gegaan. Maar ach, ik ben nog jong, de wereld ligt voor me open. Aan mijn voeten zelfs, schijnt het. Dus ik doe mijn ding en daarnaast nog wat andere dingetjes. Maar ik moet toegeven dat ik me soms wel eens afvraag hoe het leven zou zijn zonder crisis. Of ik in dat geval één bonk ambitie zou zijn. Elke dag wroetend in de stapels vacatures die me smachtend in de ogen zouden kijken. Of hoppend van baan naar baan, omdat alles mogelijk is, geen berg te hoog, geen zee te diep en geen baan te ver. Een ultrahippe mobiele telefoon in de binnenzak van mijn zijde mantelpakje, een leaseauto onder mijn kont - correctie: een auto met chauffeur -, het grootste huis van de hele straat en de burn-out in aantocht. Ik denk wel eens stiekem dat de crisis helemaal zo gek nog niet is. Maar dat houdt koosambitieloos lekker voor zichzelf.

WoW ~ Ambitie

Geplaatst door ikbenhetismij op di, 04/08/2009 - 00:05 in


Ferdi E.

Een graafmachine
Werd hem fataal

Wat een ongelooflijk
Slecht verhaal

Geplaatst door ikbenhetismij op ma, 03/08/2009 - 22:14 in


Jip en Janneke

Soms doet ikbenhetismij ook best belangrijke dingen.. Zo hield ik afgelopen vrijdag een voordracht bij het Publieksdebat over het Nationaal Historisch Museum in Den Haag. Circa 120 mensen hoorden daar mijn pleidooi aan om Jip en Janneke in het NHM te krijgen. En niet zomaar, want mijn hele afstudeerscriptie gaat over dit vrolijke kleuterduo. Veel complimenten en vooral veel opmerkingen in de trant van 'ik pleit ook voor J&J in het NHM' later, vond ik het toch wel stoer dat ik er gewoon ben gaan staan en mijn pleidooi gehouden heb. Speciaal voor de geïnteresseerden onder u mijn voordracht:

Jip en Janneke in het NHM, een pleidooi

'Moet ik ook erwtensoep eten? vraagt Jip. Ja, zegt moeder. Janneke vindt het lekker. Hè, Janneke? En Janneke eet hier vandaag. En dus eten we erwtensoep. Ik lust het niet, zegt Jip. En trekt een vies gezicht. Ik vind het heel naar. Kom, zegt moeder. Dan mag je zien hoe ik in de erwtensoep roer. Jip en Janneke gaan mee kijken. In de keuken. Daar staat een hele grote pan. Een heeeele grote pan. En daarin zit de soep. Het ruikt wel erg lekker. En Jip mag even helpen roeren. Pas op hoor, zegt moeder. Val er niet in, Jip. Stel je voor, zegt Janneke. Val er niet in, Jip. Dan ben je helemaal groen. En dan moeten wij jou aflikken.’

Beste mensen. Ik sta hier vandaag niet ter promotie van erwtensoep. Dat staat al op nummer 22 in de top 100 van Nederlandse tradities. Ik sta hier wel om een pleidooi te houden om Jip en Janneke in het Nationaal Historisch Museum te krijgen. Niet alleen omdat ik, waarschijnlijk net als u, als kind zijnde de verhaaltjes dag in dag uit kreeg voorgelezen. Maar ook omdat ik van mening ben dat Jip en Janneke zo’n belangrijk onderdeel vormen van de Nederlandse cultuur, dat ze hoe dan ook thuishoren in ons Nationaal Historisch Museum.

Ik behandel in mijn scriptie dus het literaire erfgoed Jip en Janneke en ga daarbij in op de vraag in hoeverre fictieve literaire personages kunnen uitgroeien tot nationaal erfgoed en in die hoedanigheid het verleden van een land kunnen presenteren. Een van de zaken die daarbij aan de orde komen zijn de tien raakvlakken die er volgens literatuurwetenschapper Piet Mooren zijn tussen jeugdliteratuur en volkcultuur. Het raakvlak ‘de alledaagse cultuur in gezin en school’ wil ik hier graag uiteenzetten. Het is namelijk zo dat Annie M.G. Schmidt vrijwel elke gebeurtenis die Jip en Janneke meemaken, in de context van de jaarkalender met de vast terugkerende rituelen van seizoenen, familiefeesten en andere vaste feesten plaatst. Zo zien de kleuters sneeuwklokjes bloeien in de lente, gaan ze naar het strand en eten ze ijsjes in de zomer, harken ze bladeren in de herfst en maken ze ’s winters een sneeuwpop. Maar ook vieren ze verjaardagen, schilderen ze eieren met Pasen, zetten ze hun schoen met Sinterklaas, tuigen ze de kerstboom op met kerst en kijken ze naar vuurwerk en eten oliebollen tijdens de jaarwisseling. Stuk voor stuk lijken die gebeurtenissen de gewoonste zaak van de wereld, maar wat Schmidt in werkelijkheid doet is een inwijding geven in onze dagelijkse cultuur, onze Nederlandse cultuur om precies te zijn.

Deze referentie naar de dagelijkse cultuur, komt ook naar voren wanneer gekeken wordt naar de oorsprong van het kleuterduo. Jip en Janneke verschenen tussen 1952 en 1957 wekelijks in het Parool en zijn duidelijk een product van hun tijd. De burgerlijkheid en truttigheid waarmee de jaren ’50 immers vaak wordt omschreven, is op alle mogelijke manieren terug te vinden in de verhalen. Moeder doet het huishouden en wordt boos als Jip en Janneke weer eens stout zijn, terwijl vader overdag altijd werkt en tegen etenstijd op zijn fiets naar huis komt. Maar anderzijds tekenen zich in de verhalen ook de eerste contouren van de moderne samenleving af. Zo doen de badkuip, stofzuiger, typemachine, televisie, radio, auto en vliegmachine hun intrede in het gezinsleven. Jip en Janneke dienen op die manier als venster op de Nederlandse cultuur van de jaren ’50.

Aan het begin van de jaren ’70 komt er echter kritiek op de verhalen van het kleuterduo, met name vanuit de feministische hoek. Kinderen zouden geconfronteerd moeten worden met de realiteit, zonder taboes. Bovendien worden de verhalen van Jip en Janneke te rolbevestigend genoemd. Letterlijk wordt er onder meer geschreven dat Jip zijn pikkie eens zou moeten laten zien en dat Janneke een godvergeten trut is die niets kan. Schmidt reageert hierop met te zeggen dat Jip en Janneke van voor de seksuele revolutie zijn en nog altijd duizenden kinderen plezier beleven aan de verhaaltjes. Het bijzondere is, dat die populariteit nog altijd geldt en ouders en grootouders er nog steeds bewust voor kiezen om de verhalen voor te lezen. De enkele taalkundige wijzigingen die er zijn aangebracht in de verhaaltjes zijn verwaarloosbaar en ook de modernisering van de tekeningen dateert alweer van meer dan dertig jaar geleden. Maar blijkbaar maakt dat niets uit, want de verhalen zijn nog altijd herkenbaar en we kunnen ons er mee identificeren.

Het leuke aan de verhaaltjes van Jip en Janneke is dat ze lang geleden in de krant verschenen, maar in boekvorm nog altijd verschijnen. Bovendien heeft de Hema nog altijd een goed lopende lijn met Jip-en-Jannekespullen. Dit betekent dus dat Jip en Janneke in materiële vorm en dus als tastbaar object altijd beschikbaar zullen zijn. Wellicht niet in de authentieke, originele staat, maar de vraag is natuurlijk of een herdruk in dit geval van minder waarde is. Jip en Janneke zijn hoe dan ook als objecten te tonen in het Nationaal Historisch Museum. Naast het simpelweg tentoonstellen van de oude krantenverhaaltjes en nieuwere boeken en spullen, zouden de veranderingen in tekst en illustraties aan het publiek getoond kunnen worden. Maar natuurlijk zijn er nog veel meer mogelijkheden. Er zou een zaal kunnen komen met bestaande en verdwenen beroepen in Nederland. De kruidenier, de melkboer, de schoenmaker, de schillenman en het borstelmannetje zijn nog maar enkele van de ruim dertig beroepen die in de verhalen aan de orde worden gesteld. Of wat te denken van een visuele uitwerking van de ruim 20 tradities die vandaag de dag, getuige de ranglijst van 100 tradities die vorig jaar werden gekozen, nog als Nederlandse traditie worden gezien en óók al voorkomen in de Jip en Janneke verhalen.

Ik sluit af met te zeggen dat inmiddels meer dan drie generaties zijn opgegroeid met Jip en Janneke en daarnaast grote aantallen niet-Nederlanders zijn ingeburgerd dankzij dit kleuterduo. De vertelkunst van Annie M.G. Schmidt brengt een raamwerk van betekenis voor jong en oud. Mijn echte slotwoorden breng ik speciaal voor u in Jip-en-Janneketaal: Jip en Janneke horen in het Nationaal Historisch Museum! Punt uit.

Geplaatst door ikbenhetismij op ma, 29/06/2009 - 09:21 in