lukraak

Blik op oneindig

'Maar waarom die naam dan precies?' Zijn blik stond op geïnteresseerd. Oneindig geïnteresseerd. Ik liet mijn hoofd zuchtend neerkomen op mijn kussen. Het zou weer eens een lange discussie worden, zoveel was wel duidelijk. Aarzelend of ik wel of niet uit de spreekwoordelijke kast zou komen, werd er aangebeld. Waaraan weet ik niet, maar ik hoorde de deurbel zijn ding doen. De redding nabij! Met mijn starre blik op zijn veel te blauwe ogen gericht, verliet ik de kamer. De man in de deuropening kwam me vaag bekend voor. Hij stelde zich voor als de buurman van de overkant. 'Mag ik van u uit de categorie mannen van de overkant de Overbuurman?' Ik liet mijn flauwe grappen achterwege. Zijn gezicht stond op ernst. Pure ernst en dus zonde van die mooie ogen. Ogen die ook hadden kunnen stralen. Want mooie ogen hóren te stralen, neem dat van mij aan. Hijgend en met horten en stoten kwam zijn verhaal eruit. Over de vrouw van de overkant, de Overbuurvrouw. En over de kat van de vrouw van de overkant. De Overkat. Ik volgde zijn lijn niet, maar liet mijn hoofd ja knikken. Voor ik het wist kreeg ik een mauwende doos in mijn handen geduwd en stond Overbuurman aan de overkant samen met Overbuurvrouw te zwaaien. Mijn wenkbrauwen reikten tot aan mijn haargrens, maar ik liet me niet uit het veld slaan. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, nam ik de doos mee naar boven en zette hem op mijn hoofdkussen. Zijn blik was gesloten. 'Slapen is voor mietjes', fluisterde ik in zijn oor terwijl ik het katje uit zijn woonhuisholletje tilde. De warmte zou hem doen sidderen van genot. Met een ommezwaai plantte ik het katje tegen zijn ietwat papperige buikje. Het katje miauwde niet, maar keek evenmin vrolijk. Ik besloot de kast nog maar eens te proberen. Enigszins vertwijfeld deed ik mijn verhaal. Een uur later droop de mascara over mijn wangen, lag het katje natgeregend in mijn bed en sliep hij nog net zo vast als hij al had gedaan toen ik mijn relaas begon. Lachend, snikkend en slikkend tegelijk plantte ik mijn gezicht tegen zijn ietwat papperige buikje en viel in slaap. Soms maken kleine dingen intens gelukkig.

Geplaatst door ikbenhetismij op do, 24/07/2008 - 23:04 in


Leren waarderen

Ik betwijfel eerlijk gezegd of ik dit wel tegen je moet zeggen. Het feit dat ik een weegschaal ben doet daar niets aan af. Het draagt daar eerder aan bij. Natuurlijk kan ik je beter recht in je gezicht zeggen. Op de man af, zoals dat heet. Maar wat heb ik eraan om mijn tijd te verdoen met jouw kant op rijden, fietsen, lopen. Wat dan ook. Ik weet dat je dit leest las. Vroeger, toen het leven nog leuk was. Toen las je dag in dag uit wat ik schreef. Belde je me op over mijn briljante teksten en stuurde je me smsjes met aanvullingen. Want wat zou jij graag kunnen schrijven wat ik schreef. Wat zou jij graag je verhaal kwijt willen. Toen, en nu nog steeds. Maar ik ben niet meer wie ik was. En hoewel ik met vrij veel zekerheid durf te zeggen dat jij nog altijd hetzelfde bent, heb ik besloten het hierbij te laten. Het heeft geen zin meer om contact te zoeken. Je leest mij niet meer.

Misschien zegt het feit dat je mij niet meer leest genoeg. Misschien ook niet. Misschien lees je mij als je vriendin van huis is. Misschien sta ik stiekem in je favorietenmap op de computer op je werk. Misschien fiets je dagelijks naar de bibliotheek om mij daar te kunnen lezen. Misschien vraag je een van je beste vrienden mij te printen en op te sturen. Naar een postbusadres, voor het geval dat. Misschien lees je me 's nachts in het donker met een zaklamp onder de deken. Wat een prachtig gezicht moet dat zijn. De mooie grote stoere man met een zaklampje onder de deken terwijl vriendinnetjelief onder de douche staat of met haar vriendinnen belt. Je zou natuurlijk het allerliefste over mij willen vertellen, maar je weet dat dat niet kan. Want als je eenmaal begint over bbtjes (briljante blogjes), zal vriendinnetjelief gaan lezen, kijken en vergelijken. Ze zal tot de schrikbarende conclusie komen dat er een tijd was waarin jij beschreven werd door mij. Ze zal je onderwerpen aan een kruisverhoor, precies willen weten wat je hebt uitgespookt en vooral wanneer. En daarom hou je je verhalen en ideeen maar voor je. Lees je 's avonds voor het slapen gaan nog even een gedichtje en denk je weer even, heel kort, aan die tijd. Toen het leven nog leuk was en wij nog plannen maakte.

Jij leeft inmiddels jouw leven en ik het mijne. Met plezier, want niet alleen vroeger was het leven leuk. Ruim een half jaar geleden was het leven leuk, maar twee maanden geleden was het leven misschien nog wel leuker. Of vorige week. Om eerlijk te zijn was mijn leven gisteren zelfs leuk. De leukheid is al lang niet meer afhankelijk van jou. Misschien is dat wat ik tegen je wilde zeggen. Daarstraks. Toen ik er nog over na zat te denken contact met je te zoeken. Maar ik kan je gerust stellen, mijn gedachten gaan vandaag razendsnelvliegensvlug. Ik probeer ze vast te leggen, maar hoe snel ik ook typ, het lukt me niet. Ik weet dat ik je ooit nog eens ga tegenkomen. In het geval van toeval. Opdat je me dan kan vragen of ik nog steeds zulke briljante teksten schrijf. Ik zal je op die dag heel zachtjes in je oor fluisteren dat mijn bbtjes soms nog wel eens over jou gaan. In een vlaag van verstandsverbijstering gaan bbtjes nog over jou. Vaker niet. Maar dat weet jij dan natuurlijk al lang. Al die nachtelijke escapades zijn natuurlijk niet voor niets. Stiekem lees je mij. Daarom vraag ik je bij deze nog één ding: Wees alsjeblieft gelukkig, zielsgelukkig. En doe vriendinnetjelief de groeten als je vanavond klaar bent met lezen. Vertel haar over je dromen, je plannen en je verlangens en geef haar mijn weblogadres. Misschien kan ze er nog iets van leren en gaat ze mij, op den duur, stiekem wel waarderen...

Geplaatst door ikbenhetismij op ma, 07/07/2008 - 23:45 in


Bemoeizucht

Je tranen bedwingen zal nu met geen mogelijkheid meer gaan. Ik probeer me te concentreren op mijn boek, maar kan niet vermijden dat mijn ogen steeds jouw richting op dwalen. Vanuit een ooghoek en een bladzijde hou ik je nauwlettend in de gaten. Wat is de volgende stap van dit indrukwekkende proces?! Het spiegeltje, hoe kan het ook anders! Geschrokken veeg je met je handen door je ogen. Nooit doen, zwart wordt zwarter. Ik kan het je niet zeggen. Het gat in de mand om doorheen te vallen is te groot. Bemoeizucht.

Een gapend groot gat bereikt mijn hoornvlies. Verdriet maakt moe, evenals warmte. Maar ik weiger te geloven dat het verdriet in verband te brengen is met de 32 graden die mijn thermometer aanwijst. Wellicht wel. Onwaarschijnlijk. Je hoofd kleurt inmiddels rood. Mooi rood is niet lelijk, lelijk rood wel. Even zuchten nog. Ik vraag het je. Het hoort erbij.

Nog geen tien minuten later gaat de bel. Jouw voordeurbel. De trein is op slot je tweede huis. Vol ongeloof staar je naar het schermpje. Zwart-wit, een goede oude nog. Je twijfelt een seconde. Meer niet. Ik doe moeite. Mijn mond mag niet open in het kader van mijn allesvernietigende Bemoeizucht. Je stem breekt. Beeldspraak is onderdeel van het proces. Tranen stromen het daglicht tegemoet. Eenzaam moet je zijn. Dát is verbonden aan verdriet. Niets geen 32 graden.

Je luistert en zwijgt. Daar zijn vrouwen voor. Nog even slikken. Zakdoekje trekken. En doorgaan. Blijven doorgaan. Laat zien dat je het sterkste geslacht bent. De mascara blijft zich verspreiden over je rode hoofd. Ware epidemie. Dan de eindscene. Beide handen worden voor de ogen geslagen. Een stortvloed is alles wat nog ontbreekt. Mijn boek bedekt inmiddels niets meer. Mijn ogen staren vol genot. Wachten wordt beloond.

Ik schuif langzaam jouw kant op. Doorbijten nu. Ik ben in de buurt. Je ogen zoeken vertwijfeld bevestiging. Ik weiger toe te geven. Schuif alles op Bemoeizucht. Ik spreid mijn armen, als waren het vleugels. Die blik staat vast in mijn geheugen. Mascara wordt onderdeel van mijn witte blouse. Epidemie op donderdag. Ik haat de vertedering. Bemoeizucht is het hoogste genot. Ik heb je.

Geplaatst door ikbenhetismij op vr, 04/07/2008 - 11:06 in


Zomers Scheveningen

Het regent buiten. Natuurlijk is dit Nederland en regent het wel vaker buiten, maar vandaag is het anders. Vandaag had de zon moeten schijnen.

Het is vandaag zaterdag 28 juni en dat betekent dat het mijn ik-ga-naar-Scheveningen-want-dat-
heb-ik-verdiend-stranddag is. En dus regent het. Want zo gaat dat met dingen die eerlijk zijn verdiend, die krijg je niet zomaar op je bordje gepresenteerd. Ik heb al een zonnedans gedaan, mijn hoofd ingesmeerd met after sun (heb een kreeftenhoofd overgehouden aan het Vondelpark) en zonnebrand, mijn zonnebril ingepakt en klaargestaan. Maar het regent buiten. Zachtjes tikt de regen op mijn kamerraam. Ik zou nu natuurlijk heel ongelukkig kunnen worden, al mijn vrienden en vriendinnen kunnen bellen om ze te vertellen hoe zielig ik ben en een potje gaan zitten janken. Maar dat alles bij elkaar klinkt zo al vermoeiend genoeg, laat staan dat ik het ook nog moet gaan uitvoeren. En daarom smeer ik mijn hoofd nog maar een keer extra in, zet mijn heerlijke cd van Mana op en spring met mijn zonnebril en mijn zomerrokje aan door de huiskamer. Nog maar een uurtje wachten en dan gaan we naar Scheveningen! Die regen kan de pot op. Vandaag is mijn ik-ga-naar-Scheveningen-want-dat-heb-ik-verdiend-stranddag. De zonnebrand zal met de regen mee mijn mond in lopen, mijn zonnebril zal de hele dag demonstratief op mijn hoofd blijven staan en mijn welverdiende biertje in de zon zal gewoon naar binnen gegoten gaan worden. Scheveningen, here we come!

ps: ik heb gewoon een dealtje gesloten met de zon, maar dat heb ik de regen nog niet verklapt:)

Geplaatst door ikbenhetismij op za, 28/06/2008 - 11:56 in


Vandaag is rood..

Ik zag je aan komen lopen. Het schijnsel van de lantaarn deed je gelaatstrekken geen goed. Maar ik accepteerde het, zoals ik in die jaren alles accepteerde. Je grijns leek zich in 3d-vorm aan mij kenbaar te maken. Een kleine glimlach speelde rond mijn lippen, meer niet. Een kleine glimlach. Mij was immers opgelegd je met liefde binnen te halen. Zo voelde het althans. Alles was toen zo anders. Hadden we toen geweten dat het nu zo zou zijn, dan waren we er vermoedelijk niet eens aan begonnen. Maar de mens is gemaakt om fouten te maken. Dat heeft het verleden meer dan eens uitgewezen. Met goede moed en frisse tegenzin stapte ik dus op je af. Wat kon ik anders? Je kunt me nu, zoveel jaren later, verwijten wat je wilt. Maar we waren er toch samen, we maakten samen toch die fout? Jong en onbevreesd. Wij zouden de wereld wel even veroveren. Veroveren, wat een woord in deze context. Wat een context, daar midden in de nacht. Ik nam je hoofd in mijn handen. Niets dan liefde overspoelde mijn hart. Zo moest het zijn. Ik had achteraf niet zo naïef moeten zijn. Maar jij dwong me naïef te zijn. Als een klein, onbeholpen meisje. 'Geen nieuws is goed nieuws gaat niet altijd op', fluisterde je in mijn oor. Ik wist waar je op doelde en kon niet anders dan jouw gefluister met gesnik beantwoordden. Pas maanden later zou hij komen opdagen. Opdagen ja, want zo voelde het toch. We voelden ons schuldig, omdat wij zijn dood hadden ingeluid. Een dood die de schuld zou zijn van de vijand. Maar het was onze dood, onze schuld. Nooit zal ik jouw gezicht vergeten bij zijn aanblik. Nooit zal ik zijn gezicht vergeten bij ons aanblik. Was er een ons?! Was er ooit een ons. Wij zullen in elk geval nooit meer zijn wat we ooit waren. Hij en ik niet. Jij en ik niet. Het leven draait niet meer om ons. Niet meer om hem en mij. Niet meer om jou en mij. Ik vraag je me met rust te laten. Het leven is al ingewikkeld genoeg zonder jouw aanwezigheid. Laat me leven, laat me huilen. Laat me tot in de eeuwigheid huilen. Laat me.

Ik ken de oeverloze knallen
Ik ken de geheimen van het schot
Ik heb ze in bosjes tegelijk zien vallen
In oorlog is dood
Het hoogste genot

 

Geschreven na het zien van de film 'March of Millions'.

Geplaatst door ikbenhetismij op za, 14/06/2008 - 23:42 in


Niets is wat het lijkt

Het is een uurtje of half vijf in de ochtend als ik richting mijn huis fiets. Met moeite houd ik mijn stuur in bedwang, terwijl de vogels me al kwetterend toejuichen. Het was weer een mooie avond. Zoeen waar er al veel van zijn geweest en waarvan er nog veel zullen volgen. Het is heerlijk om weer in Nederland te zijn en me onder te dompelen in het nachtleven van mijn eigen stadje. Nooit gedacht dat ik het zo zou missen om samen met mijn vriendinnetjes en een goudgele rakker in de hand in een stinkende, muffe en veel te warme ruimte te staan. Nooit gedacht dat het zo ontspannend kon zijn om gewoon even gek te doen met mijn vriendinnetjes. Nooit gedacht..
Terwijl ik mijn fiets met net iets teveel herrie in de schuur parkeer, hoor ik een auto stoppen op de weg. Ik draai me om en bedenk me net dat ik te schoor ben om te gillen, als een jongeman van een jaar of twintig uitstapt. Hij kijkt me misprijzend aan. Ik weet dat ik fout zit. Het is immers half vijf 's ochtends, ik ben nagenoeg stomdronken en dat alles op een doodgewone doordeweekse avond. Doodgewoon, tot dit moment. Al drie jaar lang vier ik feestjes met mijn vriendinnetjes, fiets ik alleen naar huis door mijn geweldige stadje en parkeer ik nagenoeg stomdronken mijn fiets in de schuur. Doodgewoon dus. Even flitsen de afgelopen maanden aan me voorbij. Drie maanden lang rondreizen door Midden- en Zuid-Amerika. Drie maanden niets aan het handje en dan word ik nu hier, voor mijn eigen deur, lastig gevallen. Ik voel een aanval van woede in me opkomen. Waar gaat het heen met dit pokkenland? De jongeman staat inmiddels naast me. Met grote vragende ogen kijkt hij me aan. Ik vraag me af of hij een wapen zal gebruiken of gewoon met blote handen toe zal slaan. Ik voel met mijn rechter wijsvinger in mijn jaszak en probeer het landelijke alarmnummer te bellen. ik voel me koe, omdat ik zo aangeschoten ben dat ik de knopjes op mijn telefoon niet eens kan onderscheiden. Met een piepende stem vraag ik de jongen wat hij komt doen, wie hij wel niet denkt dat hij is en of hij niet gewoon weg kan gaan. Ik zie zijn mond op en neer bewegen, maar hoor geen geluid. Ik gok dat ik al bewusteloos ben, maar tegelijk besef ik dat ik nog rechtop sta en mijn benen dus nog werken. De jongen legt heel voorzichting zijn arm om mijn middel, draait me langzaam om en helpt me één voor één de treden van de trap op. Bovengekomen pakt hij de sleutel uit mijn trillende handen. Zijn aanraking laat mijn vingertoppen tintelen. Ik bedenk me hoe stom het is zoiets te voelen voor een belager. Na de klik van het slot pakt de jongen mijn hand heel voorzichtig vast en trekt me de gang in. Hij opent de deur van de huiskamer, plant me op de bank en legt de sleutel op de tafel. Terwijl ik versuft om me heen kijk, vist hij een fleecekleed achter de bank vandaan, drapeert die over mij heen en geeft een kus op mijn voorhoofd. Op zijn tenen verlaat hij mijn huis. Versuft en vertwijfeld blijf ik achter, alleen op mijn veel te grote bank. De woede is verdwenen als sneeuw voor de zon, evenals mijn slaap. Ik kruip achter mijn laptop en typ dit verhaal. Omdat niets is wat het lijkt. Zelfs niet in mijn eigen kleine stadje.

Geplaatst door ikbenhetismij op zo, 01/06/2008 - 22:01 in


De eerste keer

Voor alles geldt 'eens moet de eerste keer zijn'. Zo ook hiervoor. Ik moet heerlijk (heel eerlijk) bekennen dat ik me schaam voor het feit dat ik het op deze leeftijd nog niet onder de knie heb. Er zijn twee opties: of ik schuif het af op mijn opvoeding, of ik geef toe dat ik er altijd gewoon simpelweg geen zin in had. Ik kies voor optie één, lijkt me logisch! Mijn opvoeding dus. Over sommige dingen werd bij ons thuis niet gepraat, zo ook hierover niet. Ik kon vragen wat ik wilde, maar er was geen sprake van dat ik het zou doen. Achteraf niet zo handig natuurlijk, maar iedereen wil nou eenmaal het beste voor zijn kind. Ook op een later tijdstip in mijn leven was er iemand die het altijd voor mij wilde doen. Zelfs toen onze relatie niet meer onze relatie was, mocht ik met mijn probleem bij hem aankloppen.

Ik heb er vaak op een afstandje naar staan kijken. Vol bewondering, of vol afgrijzen. Daar ben ik nog niet helemaal over uit. Ik stond erbij en keek ernaar. Keer op keer. Ik was zo af en toe nog wel te verleiden tot het vasthouden of aangeven van iets, maar daar bleef het bij. Zelfs de laatste handeling liet ik vaak aan anderen over. Ik heb wel eens een poging gedaan, maar het hardworden wilde nooit lukken. Wellicht lag dat meer aan het materiaal dan aan mijn techniek..

Ik heb er zojuist maar het beste van gemaakt. Na poging twee was ik vastberaden en weigerde op te geven. Bij poging tweeenhalf schoot buurmanlief me te hulp. Ik zei hem eerlijk dat ik daarvan baalde. Ik moest en zou dit klusje alleen klaren. Ik ben verdorie 22, gun mij ook een eerste keer! Gelukkig bleek zijn ervaring en mijn technisch inzicht toch nog van pas te komen. Na drie pogingen is het gelukt. Mijn band is geplakt, mijn ego gestreeld.

Geplaatst door ikbenhetismij op wo, 27/02/2008 - 18:00 in


Goed gesprek (in de kroeg)

Hij: Die ogen, hoe kom je daar aan?!
Zij: Gekregen
Hij: Voor je verjaardag?
Zij: Ja
Hij: Wauw!

- En zo gaat dat nou al jaren -

Geplaatst door ikbenhetismij op zo, 24/02/2008 - 23:16 in


Hulplijn

Hij smeekte haar het niet te doen. Ik hoor zijn stem nog in mijn achterhoofd klinken. Maar ik kon niet anders. Dat wist hij net zo goed als ik. Wij dachten daar hetzelfde over, al jaren. Het vreemdste was misschien nog wel zijn gevoel. Zijn gevoel doelloos in dit leven rond te dwalen; zonder reden op deze wereld gezet. Ik vroeg hem vaak vertwijfeld wat hij dan dacht te winnen in mijn aanwezigheid. Hij vertelde keer op keer dat het niet aan haar lag. 'Eenzaamheid heeft verscheidene wortels', riep hij schouderophalend uit. Ik begreep zijn gevoel, zijn woorden en zijn gedachten. Ik luisterde en reageerde. Omdat dat zo hoort in een relatie. Of alles wat daarop lijkt. Ik was vaak zijn hulplijn. De eerste, de tweede en zeker niet de laatste. Ik vergeet de dag waarop hij het mij vroeg nooit meer. 'Zou je voor mij sterven?!' Ik twijfelde niet en antwoorde direct, maar de blik in zijn ogen deed mij omgekeerd steigeren van woede. Hij niet voor mij. Dood is vaak een heikel punt in een relatie. De uren tikte langzaam weg, naar het moment waarop zij zou doen waar ze al jaren naar verlangde. Ik voerde een innerlijke tweestrijd, waarbij de winnaar zich nooit liet zien. 'Het leven is al ingewikkeld genoeg', fluisterde hij in mijn oor als ik hem over mijn plannen vertelde. Ik huilde en schreeuwde, vooral 's nachts. Mijn roep om aandacht werd niet gehoord en indien wel dan werd deze hardhandig in de kiem gesmoord. Relaties zijn er niet om in de doofpot te stoppen, zo concludeerde ik 's ochtends. Hij wilde van niets weten en stemde  uiteindelijk in met mijn plan. Onder druk wellicht, maar toestemming is toestemming. Ik schreef wat woorden op papier. Haar gevoel, de angsten en verwachtingen. Het leven kon nog zoveel mooier zijn, als plannen waarheid zouden worden. Ik heb nooit meer iets van hem vernomen. Laat staan van haar. Mijn leven is weer van mij, dat neemt niemand mij nog af. Behalve soms. Op die momenten dat hij via het verleden terugkeert in mij. Ik hou hem vaak bewust op afstand. Het is beter het levensgenot zo hoog mogelijk te houden. Ik begrijp zijn gevoel, zijn woorden en gedachten al lang niet meer. En zij?! Zij is niet langer een van mij. Laat het zijn zoals het is.

Geplaatst door ikbenhetismij op zo, 17/02/2008 - 21:50 in


Be my ex-Valentine

Het was een maand of wat geleden. Ik zat bij hem op de bank, terwijl hij met zijn ex belde. Of beter zijn gezegd, door zijn ex wérd gebeld. Uren achtereenvolgens belde ze hem. Hij kreeg tussendoor niet te kans om iets tegen mij te zeggen, want telkens als hij ophing belde ze weer. Vol emotie, woede, frustratie, verloren liefde. Hij liep steeds naar buiten, om mij niet lastig te vallen met zijn gesprekken. Hun gesprekken. De momenten dat ik opkeek uit mijn boek, keek hij me met verontschuldigende ogen aan en haalde zijn schouders op. Ik las die dag meer hoofdstukken dan ooit tevoren. Ik onthield er minder van dan ooit tevoren. Steeds zag ik voor me hoe zij huilend op haar bed lag en wanhopig probeerde contact te leggen met haar ex. De ex die inmiddels een nieuwe scharrel op zijn bank had zitten. Hij hield niet meer van haar, zoveel was duidelijk. Zij nog wel van hem en dat was natuurlijk ook de reden dat ze probeerde contact te leggen. Maar er was meer dan dat. Zij hield niet alleen nog van hem, zij voelde zich alleen, eenzaam, verstoten. Zij had niemand meer om haar verhaal aan te vertellen. Haar gevoel mee te delen. Zij had niemand meer. Mijn reactie was wellicht wat ongewoon. Ik wuifde zijn verontschuldigingen weg, haalde mijn schouders nog harder op dan hem en beweerde dat het me niets uitmaakte dat onze leuke middag in het water viel. Maar mijn reactie had een achterliggende reden. Ik wist precies hoe zijn voormalige vriendin zich op dat moment voelde. Niemand meer die even vraagt hoe het met jóu gaat. Natuurlijk zijn er op de juiste momenten de lieve vrienden/vriendinnen, die bellen, kaartjes sturen en langskomen met dozen bonbons. Maar dat is het niet. Het is een heel ander gevoel, het het gevoel wat vriendje in kwestie je geeft. 

Geplaatst door ikbenhetismij op do, 14/02/2008 - 11:11 in